|
De NVAV:
Op 13 september 1969 vloog de heer
van der Ham onbedoeld voor het eerst met een door Cor Dijkman Dulkes
gebouwd vliegtuigje, aangedreven door een DAF motortje. Het lag in
de bedoeling om op het strand bij Wijk aan Zee wat taxiproeven te
doen met de “Bravo”, waar illegaal “PH-COR” op was geschilderd. Het
toestel kwam los van het strand en de vlieger durfde niet meer te
landen op het drukke strand en besloot om koers te zetten naar de
luchthaven Rotterdam, waar hij landde op de grasbaan. Het gevolg was
veel media-aandacht en een boete!
Hiermee werd de eerste aanzet gegeven
na de Tweede Wereldoorlog tot amateurbouw in ons land.
Begin jaren ’70 was een aantal
personen bezig met autogyro’s in ons land en tijdens de
tentoonstelling Rotorix van de Vliegtuigbouwkundige
Studievereniging Sipke Wynia in 1971 ontstond het idee voor het
oprichten van de Nederlandse Vereniging van Amateur
Vliegtuigbouwers, wat op 23 april 1971
een feit werd.
Voor de Oorlog waren er ook al
diverse toestelletjes in ons land gebouwd zoals de Pou-du-Ciel en
ten tijde van de oprichting van de NVAV in 1971 waren er drie
projecten in ontwikkeling: de Staalvogel PH-BER (vier verschillende
modellen) van Hans van den Berg, Dijkhastar II PH-COR van Cor
Dijkman Dulkes en de gyrocopter Verlaan Boomerang PH-VER van Carel
Verlaan.
In een aantal landen om ons heen en
dan met name in Frankrijk en Groot Brittannië, was de amateurbouw
reeds een bloeiend onderdeel van de lichte luchtvaart. Een
bescheiden aantal Franse ontwerpen, die de amateurbouwstatus hadden
(F-P . . . –geregistreerd), werd geïmporteerd en ingeschreven in het
Nederlandse Luchtvaartuig Register. Het ging hier met name om types
als de Jodel D.112 en Piel CP30/CP301 Emeraude.
In ons land moest men echter heel wat
obstakels overwinnen voordat men ook daadwerkelijk met de bouw van
een vliegtuig (eigen of bestaand ontwerp) kon beginnen. Niet alleen
tijdens de beginjaren van de NVAV, maar ook geruime tijd daarna
verliepen de contacten met de overheid (RLD) uiterst moeizaam. De
oprichting van de NVAV heeft er toe bijgedragen dat een en ander
gereguleerd werd en dat men de discussie aanging met de toenmalige
Rijksluchtvaartdienst.
Na twee jaar van noeste arbeid werd het verenigingshandboek
uitgebracht, waarin alle facetten stonden waaraan zowel de
vereniging als haar bouwers moesten voldoen.
Op 20 september 1985 bepaalde de RLD
dat de NVAV erkend werd vanaf dat tijdstip en dat zij de bouwers
voortaan mocht begeleiden bij bouw, vliegproeven en
later ook het onderhoud van hun projecten.
De laatste decennia gaat dit allemaal
een stuk makkelijker en kunnen bij de NVAV aangesloten bouwers
gebruik maken van de expertise die binnen de vereniging aanwezig is
en volgen en keuren erkende inspecteurs de bouwprocessen. Toch laten
sommige mensen hun toestel om wat voor redenen dan ook, liever in
het buitenland inschrijven. We zien tegenwoordig ook het omgekeerde;
vliegtuigbouwers in België, Duitsland en zelfs iemand in Engeland
laten hun amateurbouwtoestel momenteel liever in Nederland
inschrijven, dan in hun eigen land. . . . .
Een andere tendens tegenwoordig is
een in het buitenland vervaardigde machine te kopen en deze dan in
ons land in te schrijven. |